Wedstrijdturnen
In de discipline AGD wordt er geturnd aan vier toestellen: sprong, brug, balk en grond.
Een goede basisconditie die zowel uithouding, kracht, lenigheid, vormspanning en coördinatie omvat, is onontbeerlijk om mooie oefeningen te turnen aan deze toestellen.
Sprong:
De hoogte van het paard is 1.25 m. De turnster mag maximum 25 m aanlopen. Explosiviteit is nodig om een mooie sprong uit te voeren. Een sprong wordt gescoord op de moeilijkheid van de beweging, de houding van het lichaam, de hoogte van de zweeffase en de landing.
Brug:
Aan de brug met ongelijke leggers beweegt een turnster zich al zwaaiend van de lage legger (1.60 m) naar de hoge legger (2.40 m) en omgekeerd, wisselt daarbij van grepen en voert verschillende elementen uit (lengteasdraaien, vluchtelementen en salto's).
Balk:
De balk is 1.25 m hoog, 5 m lang en slechts 10 cm breed. Een balkoefening combineert sprongen, pirouettes, gymnastische en acrobatische series. De turnster moet de volledige lengte van de balk benutten.
Grond:
De grondoefening wordt geturnd op een verende vloer van 12x12 m en wordt uitgevoerd op muziek. De turnster kan in deze oefening haar sierlijkheid, persoonlijkheid en techniek tonen in een combinatie van acrobatie en choreografie.
Annemie Cornille
Willy Vercauteren
Jente Roosenbroeck
Elisabeth Godts JURY LID
Isabelle Heirman JURY LID
Karen Vanassche
Kaat Van De Paer
Carmen Vandenhoeck JURY


